Ik heb misschien de verkeerde impressie gegeven dat ik wekelijks wel iets van me zal laten horen. Eerlijk gezegd had ik ook wel zo een klein plannetje in mijn hoofd. Maar toen gebeurde de aankomst van mi madre, van toch wel donderdag tot dinsdagochtend! En bijgevolg heb ik niet echt de tijd, rust en goesting gehad om me voor mijn laptop, ondanks het azerty-toetsenbord, neer te poten om mij weer eens serieus te laten gaan in woordspelingen en dergelijke. Althans, ik hoop ze te kunnen voeren. In het Spaans weet ik al een manier hoe, maar ik mag het nog niet gebruiken van mijn profesora de español. De lange discussie die we voerden (in het Spaans, jawel!) kwam er uiteindelijk gewoonweg op neer dat het nog te ingewikkeld was voor anderen (egoboost voor mij). Even een kleine uitleg dat het Spaans twee werkwoorden kent voor ‘zijn’, eentje dat nogal ‘voor altijd’ en ‘eigenschap van’ betekent, en de andere meer losjes. Dat is totaal geen goede verklaring, maar laten we het er voor het moment daar bij houden, anders moet ik een paar bladeren kopiëren waarop wat gekrabbeld en getekend is door mij… en in sé is dat toch niet zo interessant.
Hoedanook, ik heb ondertussen wel onthouden wat ik voorbije nog-niet-verhaalde tijd heb uitgespookt. Dat klinkt kinky-er dan het is, want veel spook ik niet uit. Ik ben ondanks een paar reputaties (vanwaar ze komen weet ik heus niet), echt wel braaf en lief. Vooral als ik mij nogal ziek voelde (iedereen is hier ziek btw! Jennifer zelfs twee keer in twee weken, eigen schuld, ze is nogal een feestbeest, zelfs als ze ziek is), van verkoudheid en moeheid tot hetgene wat mij vrijdag overkwam: na anderhalve week mij toch erg verkouden te voelen, werd ik vrijdag -eerste volledige dag dat de mama er was btw- wakker met een gevoel alsof alle ziektekiemen uit mij gedreven waren (ik dacht misschien door de chocolade en speculaas die de mama had meegebracht/ een heleboel/waarvan eveneens een heleboel al op is/niet zoveel gedeeld met anderen/ik had twee dagen buikpijn). Blij en hups hield ik een uitgebreid ontbijt, eventjes douchen. Helaas was het te hups voor mijn doen blijkbaar (hoe erg moet het wel niet geweest zijn!), want bij het opentrekken van het douchevenstertje kreeg ik iets in mijn nek. Ik weet niet wat ik deed, ik weet wél wat ik níet meer kon. En dat was mijn hoofd naar rechts draaien alsook mijn rechterarm opheffen. Omdat iedereen wel zo eens iets meemaakt dacht ik dat het binnen tien minuten voorbij was, helaas, mijn andere nekspieren werden moe zodat ik de les skipte en vervolgens met hulp van de mama (die er een uur over heeft gedaan mijn kot te vinden over een afstand van 5 a 10 minuten… je moet het maar doen, zélfs met stadsplan) naar gediplomeerde hulp. Bij de dokter weer een hilarisch (doch letterlijk pijnlijk) staaltje van Spaanse efficiëntie gezien. Dus de vorige dagen heb ik met een stijve nek rondgelopen. Tot voor kort wist ik dus niet dat dat dus écht een blessure was. Best grappig thans. Buiten de pijn. En onhandigheid. Probeer u maar eens af te drogen met uw onhandige arm en de rechterkant van je bovenlichaam onbruikbaar.
Door die stijve nek moet ik bovendien ook spierverslappers nemen. Dat was dus vooral het hilarische aan alles. Na het ontbijt sliep ik weer voor twee uren, en mijn linkerarm staat nu vol pits-blauwe plekken omdat ik –vermoed ik- er nogal hilarisch moe moet hebben uitgezien in de les vandaag. Spierverslappers zijn gewoon grappig, it’s like you’re on drugs!
Speaking of drugs, chocolade heeft heus wel een ferme uitwerking op mijn humeur. Iedereen kan zien wanneer ik die dag chocolade heb gegeten of niet. Blijkbaar is het dus echt wel een substituut voor jeweetwelwat. Goshiemoshie, hoewel het jeweetwelwat mij normaal niet al te hyperactief maakt, maar eerder happy-loom. Genoeg over de crazyness, over tot de andere dingetjes: Voor de mensen die Kaki King kennen: Kaki is een plaatselijk soort fruit, en enorm lekker, behoort direct tot mijn top-fruit-lijst, vrij dicht bij de kiwi dus je weet wel dat ik die “enorm” meen.
Verder: Het cliché over de Ierse mannen is niet waar: In plaats van bleek en ros zijn ze naar het schijnt allemaal bleek en zwartharig! En groot, erg groot naar het schijnt. Maar voor Margarite ben ik ook groot, dus haar referentiewaarde is niet zo imposant. Met haar heb ik trouwens een politiek gesprek gehouden, in het Engels. We dachten dat we allebei tegengestelde meningen hadden, maar bleek dat, toen we allebei ons verhaal zonder onderbrekingen hadden gedaan (ze is even erg onderbrekerig als ik ben), we hetzelfde standpunt hadden, maar van compleet andere wegen naar de conclusie kwamen. Niet zo interessant blogmateriaal, maar de clue is: je kunt dus dezelfde mening met iemand hebben maar het verhaal ernaartoe kan compleet anders zijn. Andere clue: laat mensen uitspreken! (Alsof mij dat ooit gaat lukken, jullie weten het, gewoon doorvertellen, ik kan praten en luisteren tegelijkertijd en meestal zeg ik toch niets zinnigs als jullie aan het praten zijn. Bovendien val ik toch altijd in herhaling. Ik begin op mijn moeder te lijken, over het herhalingsgedeelte ;) ) Andere clue kan ook zijn dat er inderdaad zoiets bestaat als een taalkwestie indien één van de gesprekspartners zich niet in moedertaal kan uitdrukken.
Een kleine opkikker ook wat betreft het gaygehalte: in een afstand van 500 meter in één dag heb ik één homokoppel gezien en drie lesbo’s in groep. Yiha. Nog beter: tijdens een les heb ik zelfs naast een lesbo gezeten (op zo een manier je vingers kraken is gewoon een clear sign) én nog beter een kleine stap gezet tot gesprek (het ging over handschrift, ze zei dat het hare slecht was, toen liet ik het mijne zien en moest ze toegeven dat ik daar toch wel een pak beter in ben, in het slecht handschrift hebben-gedeelte). Een mindere opkikker: in een bar, wachtende op een vrije wc, zag ik een meisje dat voor mij een duidelijke lesbo bleek te zijn: Tegan & Sara-kapsel, de kleding, de nonchalance en stoerheid in één vermengd zoals alleen een lesbo kan zijn. Vraag me niet hoe ik het te weten ben gekomen, maar ze was het dus niet. (Neen, niet dat ik haar wou versieren ofzo, maar het gebrekkig Spaans is gewoon geen toffe herinnering).
Voor de bio-ingenieurs, en vooral de cel- & gennertjes: In elk land gebruiken ze dus de hand als perfect voorbeeld van apoptose! Yuiy!
Men heeft hier ook een gerecht dat in het Engels vertaald ‘sucking pig’ heet, blijkbaar. Ofwel ligt het aan de vertaling ofwel wil ik mij niet in dat restaurant begeven.
Voor de leden van mijn toekomstig muziekgroepje: vandaag is voor de eerste keer een snaar gebroken, heb hem direct vervangen en meteen een plectrum gekocht (dat wel enorm wennen is, ik weet niet of ik het vaak ga gebruiken) en een capo! Jawel, nu ben ik zo ‘gesettled’ in het gitaarwezen. Hoewel, Tum, die uiteindelijk toch wel een coole blijkt te zijn, heeft me even op haar elektrische made-in-China-gitaar laten spelen, en goh dat klinkt geweldig en cooooool. I want one… zo gesettled ben ik dus nog niet. (En eer ik zoiets doe, een woord veel te lang schrijven dan het hoort, dan vind ik het toch wel écht cool.)
Wat ik verder heb gedaan: niet veel. Ik volg nu wel spaanse lessen ’s avonds, ga niet lopen (omwille van de nek), heb met mam Miguel bezocht (lieve hemel wat kan hij lekkere pasta maken), eveneens Avila met een oude stadswal met wel liefst 80 torens. Na een tijdje ben je wel uitgekeken, goddank hadden we een museum gevonden dat over de Vettonen ging, een Keltische stam indertijd (de tijd van de Keltische cultuur weet je wel) en euh… wikipedia maar. De conclusie van dit intermezzo is dat die historie toch wel heel interessant is.
Voor het moment heb ik me weer te veel laten gaan in speculaas en chocolade en voelt mijn maag niet al te gezond, bij deze laat ik het dan ook bij deze toch al meer-dan-twee-bladzijden-in-Microsoft-Word-Times-new-roman-lettertype-grootte-12-A4-tekst.
Gewaarwording van de week: ik begrijp het stierenvechten. Die stieren worden zo gekweekt dat je bij zulke agressieve dieren van wel 600 kilo niet zomaar even in de wei kunt gaan staan. En als je zoiets op je af ziet stormen (wees gerust, ik zat achter de omheining) weet je wat het is, dat toreadorgedoe. De elegantie en sierlijkheid waarmee ze zo een gevaarte ontwijken. Ok, het steken en doden begrijp ik niet goed, maar het zwieren, de mantels, de glinsterende homopakjes. Het is een dans van leven en dood en ik vind het mooi. Het is iets dat in de cultuur zit. Bij de weg, die stieren worden hier dus verwend als hell, alleen buiten de arena niet. En mochten ze het overleven, worden ze meteen verzorgd en opgelapt en hebben ze voor de rest van hun (natuurlijk eindigend) leven een paradijs voor hunzelf. Je moet zo een stier in werkelijkheid zien om het te begrijpen vermoed ik. I saw one.
Droom van de week: Ik ging voetballen in mijn oude ploeg met een paar aanwinsten. De wedstrijd nam zijn aanvang, maar plots bleek één tegenstander een soort van superwezen te zijn met Indische-God-Krachten die zich manifesteerden in heel wat kleuren. Ik kon de tegenstander heel goed bijhouden en het moeilijk maken, maar plots brak ie toch door. Gelukkig was mijn keeper ook zo een halve Indische-God.
Dus vanaf nu: als jij denkt rare dromen te hebben, denk dat terug aan mij en wens me jouw rare dromen toe, want ze hadden me tevens ook getackeld in die droom. Dat heb ik niet zo graag.
Nel met de capo, het plectrum en een wens om te vliegen en tegen een heleboel chocolade en/of speculaas te kunnen, groet u.
dinsdag 14 oktober 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten